Data en marktmacht

Privacy is de oplossing, niet het probleem

In 2006 stelde Clive Humby (wiskundige in het VK en architect van de Tesco-clubcard) ‘Data is the new oil’, en tien jaar later noemde Zembla data ‘het nieuwe goud’. De metaforen voor data die refereren aan rijkdom en macht lijken nog steeds actueel te zijn als we kijken naar de enorme hoeveelheid data die allerlei internetbedrijven proberen te verzamelen. Het gaat hierbij niet alleen om persoonlijke data, maar ook bedrijfsdata, verkeersdata, weerdata, geografische data, foto’s, video’s, data uit kassen, data van dieren, enzovoort. Bedrijven zien (of zoeken) steeds meer mogelijkheden om met data geld te verdienen. Om de enorme honger naar data te stillen wordt alles met het internet verbonden, tot aan uw tandenborstel aan toe.

Terwijl sommige bedrijven data ook daadwerkelijk in goud weten te veranderen (vooral de globale spelers), zijn er tal van mkb-bedrijven die er niet mee uit de voeten kunnen. Vaak denken bedrijven ‘wij hebben veel data, daar moeten we iets mee’. Vervolgens nemen ze een consultant in de arm om een toepassing voor hun data te verzinnen, maar dergelijke acties zijn gedoemd te mislukken omdat deze zoektocht aanbodgedreven is en niet vraaggedreven. Dit soort bedrijven is vaak ook huiverig om zijn data te delen; bang om het goud uit handen te geven. Maar de data veranderen pas in goud als je er een toepassing mee verzint die een bepaald probleem voor mensen of bedrijven oplost. Zonder een dergelijke toepassing zijn data niets waard, en die toepassingen zullen ook nooit ontdekt worden wanneer de toegang tot die data voor anderen wordt beperkt. Om data in goud te veranderen moet je groter denken dan je eigen bedrijf: think big!

Big data kenmerken zich door datasets die zo groot en gevarieerd zijn dat normale huis-tuin-en-keukencomputers het niet meer kunnen managen. Iedereen die wel eens een lesje statistiek heeft gehad weet dat meer datapunten (volume) en meer verklarende factoren (variëteit) leiden tot betere resultaten. Met name die variëteit is belangrijk want in volume is de meerwaarde van extra datapunten afnemend. Het belang van variëteit geeft aan dat verschillende typen data complementair zijn, en daar zit hem de zwakte van bedrijven die op hun eigen data blijven zitten.

Vanwege de complementariteit (en ook vanwege het niet-rivale karakter van data: er treedt geen congestie op als meerderen dezelfde data gebruiken) zijn data niet gelijk aan andere productiemiddelen, zoals olie, die marktmacht kunnen geven door middel van exclusiviteit. Ik hoor u denken ‘En hoe zit het dan met Google, Facebook en Amazon?’. Okee, goed punt. Die bedrijven zijn zo groot en divers dat hun eigen diensten een eigen big-dataset genereren waar ze mee uit de voeten kunnen. Zij zijn min of meer de enige bedrijven die een dergelijke schaal hebben weten te ontwikkelen om dit te kunnen doen en dat geeft hun exclusief toegang tot een big-dataset, wat marktmacht geeft. (Ze moeten die marktmacht overigens wel met elkaar delen, want de ene big-dataset is over het algemeen redelijk substitueerbaar door de andere; maar de taart is groot genoeg voor de big-5.) Maar wat nu als alle mkb-bedrijven in Nederland of zelfs heel Europa hun data met elkaar delen? Eén grote big-dataset waartoe iedereen op wederkerige basis toegang kan krijgen. Wederkerig in de zin dat je toegang krijgt als je je huidige en toekomstige data er ook maar weer terug in stopt. Dan is de exclusiviteit van de big-5 snel gebroken en kan de kracht van de diversiteit aan mkb’ers floreren om de taart eerlijker te verdelen én te laten groeien. Zo’n dataset verwordt dan snel tot een innovatieplatform waarmee hét antwoord gegeven kan worden op de uitdagingen waar de Europese concurrentieautoriteiten voor staan als het gaat om de macht van de big-5.

Er is echter één probleem. Dat is niet dat we eerst alle mkb’ers ervan moeten overtuigen om hieraan mee te werken, want vanwege netwerkeffecten zal dit innovatieplatform vanzelf groeien. De overheid zou, als een van de grootste dataverzamelaars, als eerste data kunnen leveren en dan is de kritische massa die nodig is om netwerkeffectengedreven groei te ‘kickstarten’ al snel bereikt. Nee, het probleem zijn persoonlijke data. Hoe kunnen we de privacy van mensen bewaken wanneer hun gegevens worden opgeslagen in een database waar jan-en-alleman toegang toe kan krijgen? Zoiets is niet (alleen) met toezicht te regelen, maar hier moeten technologische oplossingen voor gevonden worden. Wellicht dat blockchain kan helpen om mensen zelf te laten beschikken over de toegang tot hun data in zo’n big-dataset. Toezicht zou zich dan kunnen beperken tot certificering zodat mensen erop kunnen vertrouwen dat de bedrijven waaraan ze toegang tot hun data geven, er verantwoord mee omgaan.

Kortom, big data kunnen tot mededingingsproblemen leiden, maar de grote conceptuele uitdaging om dit te adresseren ligt elders. Namelijk op het gebied van privacy. Wanneer we het privacyprobleem weten op te lossen zouden we wel eens tegelijkertijd het probleem van marktmacht kunnen oplossen. De insteek van concurrentieautoriteiten (zoals het Bundeskartellambt inzake Facebook) is nu echter andersom, en andere toezichthouders (zoals de Autoriteit Persoonsgegevens of AP) hebben te weinig oog voor het economische belang van hun werk. De AP, de ACM en het ministerie van Economische Zaken kunnen gezamenlijk een meer sturende rol op zich nemen in dit dossier. Juridische middelen zijn hierbij natuurlijk onmisbaar, maar daarmee redden we het niet. Toezichthouders zullen daartoe, veel meer dan nu het geval is, de technologie van veilig beheer en uitwisseling van data in de vingers moeten krijgen.